Had ik te veel naar de Herman Van Rompuys van deze wereld geluisterd, dan had ik dit jaar niet voor het vijfde jaar op rij een lessenreeks over de eurocrisis gedoceerd in het vak Actuele vraagstukken van de EU-politiek, maar dat seminarie naar Geschiedenis van de Europese integratie verplaatst.

Het einde van de eurocrisis is ondertussen door politieke leiders in de EU al even vaak afgekondigd als het einde van de wereld door Mayamythologen. Maar niet dus, deze week is de eurocrisis weer helemaal terug van nooit weggeweest. Eerst met de langverwachte maar omstreden beslissing van de Europese Centrale Bank over een aankoopprogramma van staatsobligaties om de deflatie te bestrijden. En, vooral, zondag wanneer de Grieken opnieuw naar de stembus trekken.

Griekse kiezer chanteren

Tsipras wordt als deloyaal afgeschilderd omdat hij in het belang van zijn bevolking terugkomt op gemaakte afspraken. Wanneer hij daarvoor gewaarschuwd wordt door Commissievoorzitter Juncker moet ergens een cynismemeter nog hoger schieten dan de stand van de Griekse schuld

Als de peilingen bewaarheid worden, dan zal de radicaal linkse partij Syriza van de charismatische (anderen zouden zeggen ‘populistische’; of men iemand charismatisch of populistisch noemt, hangt vooral af van hoe eens men het met de boodschap is) Alexis Tsipras de Griekse verkiezingen winnen. Het mag niet verwonderen dat de Grieken een verandering willen van het beleid dat voor een gigantische toename in de werkloosheid en armoede heeft gezorgd. Zonder daarbij zelfs in de doelstelling van dat besparingsbeleid te slagen: de schuld van Griekenland is in plaats van gedaald alleen nog maar nog toegenomen. Tenzij de echte doelstelling van het beleid natuurlijk de Grieken eens goed straffen was.

Net als bij de verkiezingen in de late lente van 2012, toen Syriza het ook goed deed in de peilingen maar nog niet zo spectaculair als vandaag, proberen de machthebbers in Europa de Griekse kiezer te chanteren. Ze noemen het eisenpakket van Syriza onaanvaardbaar en dreigen er minstens impliciet mee dat een overwinning van de links-radicalen einde verhaal voor Griekenland in de eurozone betekent.

Maar zoals Peter Spiegel van de Financial Times, toch geen radicaal links blaadje, het treffend verwoordde: “De kern van het Syriza-programma, schuldverlichting, is zo een onaanvaarbaar idee dat zowat elke serieuze econoom het ermee eens is.” Nog andere commentatoren van diezelfde zakenkrant menen dat een overwinning van Syriza nodig is om de euro te redden. Ook in België heeft een groep intellectuelen Syriza de overwinning toegewenst.

De algemene perceptie over Syriza en de houdbaarheid van het huidige orthodoxe Europese beleid is sinds de vorige Griekse verkiezingen dus wel wat veranderd. Het valt dan ook nog te bezien of bij een overwinning van Tsipras en de zijnen hardliners in de Europese instellingen zich onverzettelijk blijven opstellen. Diep vanbinnen weten zij eigenlijk wel dat er wonderen moeten gebeuren wil Griekenland ooit zijn volledige schuld kunnen terugbetalen. Maar eerder dan foute economische logica zijn het politieke motieven die hen aanzetten om zich opnieuw flink op te stellen. In Finland zijn er in april ook verkiezingen en is de bevolking weerspannig tegen verdere hulp aan Griekenland, en hijgen de eurosceptische ‘Ware Finnen’ de regering in de nek. Ook in Duitsland is de publieke opinie allesbehalve happig om de Grieken, door hun pers allang als lui en onbetrouwbaar afgestempeld, toegevingen te doen. En ook daar houdt Merkel een oog op de eurosceptische Alternative für Deutschland.

Maar in plaats van te proberen voorspellen hoe het zal verlopen, wil ik nog even stilstaan bij de demonisering van Syriza, en wat dat ons vertelt over de Europese Unie. Tsipras wordt als deloyaal afgeschilderd omdat hij in het belang van zijn bevolking terugkomt op gemaakte afspraken. Wanneer hij daarvoor gewaarschuwd wordt door Commissievoorzitter Juncker, die zelf als premier van Luxemburg op legale maar deloyale wijze belastingconstructies toeliet die andere lidstaten een pak inkomsten kostten, moet ergens een cynismemeter nog hoger schieten dan de stand van de Griekse schuld.

Vrijhandelszone

Een andere vergelijking treft mij nog meer. Al een paar jaar doet David Cameron, de eerste minister van het Verenigd Koninkrijk, niets anders dan de Europese Unie afdreigen met een mogelijk vertrek van zijn land, tenzij er een heleboel hervormingen komen die de EU moeten reduceren tot niet meer dan een vrijhandelszone. Behalve te waarschuwen dat Cameron ook niet alles kan krijgen – het zou er nog aan ontbreken – wordt hij vrij welwillend behandeld en heeft hij al een heleboel van zijn eisen binnengehaald: een lichte meerjarenbegroting, een dereguleringsprogramma (‘REFIT’) en onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten.

Blijkbaar is de ene paria de andere niet in de EU. Wat als deloyaal gezien wordt, is wat ingaat tegen de (vrijemarkt-)logica van het systeem. Misschien helpt een overwinning van Syriza om die logica te doorbreken.

Dit stuk verscheen eerder als opiniebijdrage in De Morgen (21/01/2015)