Toen Ferdi De Ville woensdag 28 oktober in Londen in een commissiezaal van het Parlement zat om zijn boek over de onderhandelingen over een Transatlantisch Vrijhandels- en Investeringsakkoord (TTIP) voor te stellen, was in de plenaire vergadering een verhit debat bezig over de crisis in de staalsector. Slechts een gang scheidde de twee locaties. ‘Maar dat is niet de enige link tussen beide. Ook inhoudelijk liggen beide thema’s in elkaars verlengde. Waarover in de plenaire zaal werd gedebatteerd bevestigt namelijk mijn analyse dat we ons handelsbeleid grondig moeten hervormen’, zegt Ferdi.

Waarover gaat de recente discussie in de staalsector?

Vorige maand gingen in het Verenigd Koninkrijk opnieuw duizenden jobs verloren in deze branche. De reden is dat mondiale overcapaciteit de staalprijs de voorbije maanden dermate heeft gedrukt (een daling van 50% in een jaar tijd) dat sommige fabrieken niet langer rendabel zijn en worden gesloten.

Dat gebeurt niet enkel in het Verenigd Koninkrijk maar ook elders in de geïndustraliseerde wereld. De vinger wordt daarvoor uitgestoken naar China, waar door overheidssteun de overcapaciteit het grootst en groeiende is, en dat vervolgens een significant deel van de productie verkoopt (volgens de criticasters ‘dumpt’) op de wereldmarkt.

Sommigen gebruiken de problemen die vele energie-intensieve sectoren treffen ook om opnieuw voor de ontginning van schaliegas in Europa te pleiten.

De staalproducenten in het westen vragen als reactie daarop verschillende maatregelen. Op korte termijn zou de sector moeten gecompenseerd worden, onder meer door vrijstelling van nationale en Europese klimaat- en energiebelastingen. Staalproducenten klagen dat de energieprijs in de Europese Unie (en in het VK in het bijzonder) nu al veel hoger ligt dan elders in de wereld.

Sommigen gebruiken de problemen die vele energie-intensieve sectoren treffen ook om opnieuw voor de ontginning van schaliegas in Europa te pleiten. Ook moeten er ‘anti-dumping’ heffingen komen tegen China. Dat kan, na een gewichtig onderzoek, op Europees niveau beslist worden. De belangrijkste eis voor de middellange termijn is de weigering om China te erkennen als ‘markteconomie’. Dit is één van de meest gevoelige Europese handelsbeslissingen van de komende maanden.

Status-angst

Bij de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie werd afgesproken dat landen nog 15 jaar China niet als markteconomie mochten erkennen, en zo gemakkelijker anti-dumpingheffingen op Chinese producten konden invoeren. Eind volgend jaar loopt die uitzondering in principe af. Sectoren, zoals die van staal, die zware concurrentie van China ondervinden, vrezen dat de toekenning aan China van die status hun ondergang zal inluiden.

Zowel anti-dumping heffingen tegen China als het weerhouden van de toekenning van markteconomiestatus kennen ook tegenstanders in de EU, namelijk die landen en sectoren die veel exporteren naar China. Het is dus niet zeker dat deze maatregelen er komen.

Er zijn echter nog alternatieven, die ook meer congruent zouden zijn met de aanpak van klimaatverandering, wellicht de grootste uitdaging van deze tijd. Daarvoor moet er wel iets veranderen in ons denken over handel.

Eenzijdige kijk op ‘eerlijke concurrentie’

Wat leert de hele discussie over staal, China en (on)eerlijke handel over ons handelsbeleid?

We houden er een erg eenzijdige kijk op na over wat ‘ongeoorloofd beleid’ van overheden is.

Dat we er een erg eenzijdige kijk op na houden over wat ‘ongeoorloofd beleid’ van overheden is. We beschouwen als ‘oneerlijke’ concurrentie of handel slechts wanneer overheden actief in de markt tussenkomen, door bijvoorbeeld subsidies aan bepaalde sectoren of bedrijven te geven of door via staatsbedrijven zelf op die markt actief te zijn.

Maar overheden kunnen ook voor oneerlijke concurrentie zorgen door net niet op te treden in de markt om bepaalde negatieve externaliteiten, zoals de uitstoot van broeikasgassen, aan banden te leggen, en zo met lagere lasten bedrijven ‘te subsidiëren’. Dat pakken we echter niet aan. Onze kijk op eerlijke concurrentie gaat dus uit van de veronderstelling dat de vrije markt de natuurlijke en gewenste toestand is.

Het gevolg daarvan is dat de samenhang tussen ons handels- en klimaatbeleid ver te zoeken is. Terwijl men een oplossing voor de staalcrisis zoekt, is men ook aan het werken aan een ambitieuze overeenkomst voor de top in Parijs, waar de internationale gemeenschap de komende weken opnieuw samenzit om de klimaatopwarming aan te pakken. Sommige oplossingen voor de staalcrisis, een vrijstelling van energie- en klimaatlasten en het aanboren van schaliegas in Europa, staan lijnrecht op een ambitieus beleid in de strijd tegen klimaatverandering.

Een oplossing die tegelijk de concurrentie in de staalsector zou vereerlijken en een bijdrage zou leveren aan het klimaatbeleid zou zijn om een invoerheffing toe te passen op buitenlands staal (maar ook op andere producten) gelijk aan energie- en klimaatlasten die Europese bedrijven moeten betalen. Zo maken we het speelveld gelijk door de lat voor iedereen even hoog te leggen, en niet door ze te verlagen naar het minst ambitieuze niveau.

En in TTIP?

Terug naar TTIP. De Europese Commissie stelde vorige week haar tekst voor een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling in dit akkoord voor. Ze stelt dat dit ambitieuzer is dan ooit en haar toegenomen aandacht voor de samenhang tussen handels- en klimaat- en sociaal beleid bewijst. Echter blijft dit hoofdstuk beperkt tot goede intenties maar zonder harde afdwingbaarheid.

Elders in TTIP dreigt verdere liberalisering vooral kwalijke gevolgen voor het klimaat te hebben.

En vooral: elders in TTIP dreigt verdere liberalisering vooral kwalijke gevolgen voor het klimaat te hebben. Als de concurrentie tussen de Europese en Amerikaanse chemiesector, bijvoorbeeld, nog wordt vergroot zonder dat er ook afspraken worden gemaakt over even ambitieuze klimaat- en energiemaatregelen, dan dreigt de concurrentie aan Europese zijde alleen maar moordender te worden en krijgen we ook in deze sector binnenkort de roep om vrijstellingen van klimaat- en energielasten.

Via TTIP wil de EU ook graag toegang tot Amerikaans vloeibaar gemaakt schaliegas, wat tot nog meer ontginning ervan in de VS zal leiden met alle kwalijke gevolgen voor het lokale leefmilieu en mondiale klimaat van dien.

Veel beter zou het zijn mochten de EU en de VS samen ambitieuze afspraken maken op klimaat-, milieu- en sociaal vlak en dat ook samen afdwingen ten opzichte van de rest van de wereld, inclusief China, via een klimaatinvoertarief maar ook bijvoorbeeld door af te spreken bij overheidsaanbestedingen milieu- en sociale overwegingen steeds in rekening te nemen. Maar dan moet onze kijk op eerlijke handel veranderen. We moeten dan niet enkel willen optreden tegen landen als ze op oneerlijke wijze tussenkomen in de markt, maar ook wanneer ze op oneerlijke wijze zich van hun verantwoordelijkheid om op te treden onthouden.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.mo.be (11 november 2015)