Olivier Pintelon maakt deel uit van de sociaal-progressieve denktank Poliargus en is medeauteur van een studie over de kortere werkweek.

Equal Pay Day is sinds enkele jaren een begrip. Elk jaar moeten vrouwenorganisaties in de verf te zetten dat de gelijkheid tussen mannen en vrouwen nog ver weg is. Volgens de meeste recente berekeningen bedraagt de loonkloof tussen mannen en vrouwen nog altijd 22%. De laatste jaren wordt er daarenboven nog maar weinig vooruitgang geboekt. Vandaar hoogtijd om met radicale voorstellen zoals een kortere werkweek de huidige ‘standstill’ te doorbreken.

‘Hoogtijd om met radicale voorstellen zoals een kortere werkweek de huidige standstill te doorbreken’

Zijn vrouwen zelf verantwoordelijk voor de loonkloof?

Cynici zouden kunnen opmerken dat vrouwen deels ‘zelf verantwoordelijk’ zijn voor die kloof. Immers, het grootste deel wordt veroorzaakt door deeltijds werk. 46% van de Belgische vrouwen werken deeltijds tegenover slechts 10% van de mannen. In de grote meerderheid van de gevallen betreft het een ‘keuze’ om arbeid en gezin te combineren. Wanneer we enkel kijken naar uurlonen daalt de loonkloof tot 9%.

Ondanks het langzaam verdwijnen van de traditionele ‘huismoeder’, nemen vrouwen (lees moeders) nog altijd het gros van de huishoudelijke en kinderzorgtaken op zich. Volgens cijfers van de VUB werken vrouwen met een job nog altijd gemiddeld acht uur per week minder dan mannen, terwijl ze wekelijks negen uur meer spenderen aan kinderzorg en huishoudelijke taken. Na de geboorte van de kinderen ontstaat er in de meeste tweeverdienersgezinnen immers een onevenwicht: de man specialiseert zich in betaalde arbeid, terwijl vrouwen een groter deel van de kinderzorg opnemen. Heel wat vrouwen kiezen dan voor deeltijds werk of voor een tijdelijke onderbreking. Het is precies die ‘specialisatie’ in het huishouden die een groot deel van de loonkloof verklaart. En die kloof vertaalt zich in lagere sociale rechten, minder carrièremogelijkheden en uiteindelijk een ondermaats pensioen.

Individuele keuze of collectieve regeling?

Nochtans zijn er alternatieven. De combinatie tussen arbeid en gezin zou niet zomaar afhankelijk moeten zijn van de keuze van één van de ouders. We kunnen er als samenleving voor opteren om gezin en ‘voltijds werk’ op structurele wijze in evenwicht te brengen. Het succes van de individuele arbeidstijdverkorting – vooral dan het 4/5-de werk – toont aan dat de norm van 38 uur niet realistisch is voor de vele tweeverdienersgezinnen met kinderen.

‘De collectieve norm van 38 uur is niet realistisch voor de vele tweeverdienersgezinnen met kinderen’

‘De individuele verlofstelsels wegen op de verdere carrièremogelijkheden’

De laatste decennia zagen we in België een verschuiving van collectieve naar individuele regelingen. In 1985 werd het stelsel van loopbaanonderbreking ingevoerd. Ongeveer 15 jaar geleden zagen ook de thematische verloven het daglicht. Zonder enige twijfel helpen deze stelsels om arbeid en gezin beter te combineren, maar het is niet altijd een wonderoplossing gebleken voor de gelijkheid van mannen en vrouwen. De combinatie tussen arbeid en gezinnen herleiden tot een individuele keuze van één van de ouders, zorgt ervoor dat vrouwen op cruciale momenten in hun loopbaan de boot missen. Individuele onderbrekingen wegen op de verdere carrièrekansen, aangezien werkgevers voltijdse werknemers als gemotiveerder beschouwen. Het verklaart waarom in sectoren waar veel vrouwen werken heel wat leidinggevenden toch mannen zijn. Denk maar aan verpleegkundigen. Het omgekeerde bestaat echter ook. Heel wat mannen zouden graag meer tijd doorbrengen met hun gezin, maar vrezen de gevolgen voor hun carrière. De genderstereotypen over mannen zijn immers mogelijk nog sterker dan die voor vrouwen.

Een collectieve verkorting van de werkweek kan die dilemma’s helpen overkomen door het creëren van een nieuwe maatschappelijke norm. Het Franse experiment met de 35-urige werkweek ging immers gepaard met een afname van het deeltijds werk. In Europa hebben daarenboven landen met een hogere norm voor voltijds werk doorgaans een grotere loonkloof.

Meer dan dagdromen

Er is echter meer. Een studie van de denktank Poliargus toont aan dat een kortere werkweek realistischer is dan het lijkt. Een kortere werkweek is geenszins een utopische gedachte. Na de Tweede Wereldoorlog lag de norm voor voltijds werk op 55 uur per week. Sinds 2003 is de wettelijke norm 38 uur. Waarom zouden we als samenleving geen verdere stappen kunnen zetten?

Dit stuk werd eerder als opiniebijdrage gepubliceerd op www.demorgen.be (13/03/2016)