Het mantra van de flexibiliteit is welbekend. Bedrijven moeten zich snel kunnen aanpassen aan veranderende marktomstandigheden. Enkel zo kunnen ze competitief en dynamisch blijven. En om dat mogelijk te maken moeten we af van een te strikte arbeidswetgeving. Het (zogenaamd) vaste contract van onbepaalde duur moet op de schop en het gebruik van tijdelijke of interim contracten moet makkelijker zijn. We moeten, met andere woorden, opschuiven van een ‘gecoördineerde markteconomie’ naar een meer ‘liberale markteconomie’.

Bij het medicament van de flexibele arbeidsmarkt, moet er een dikke bijsluiter steken. De neveneffecten zijn niet mals. De laatste jaren toonden duidelijk aan dat een flexibele arbeidsmarkt een crisis kan uitdiepen (kijk naar Nederland en Denemarken) en veel onderzoek toont aan dat een flexibele arbeidsmarkt helemaal geen goede voedingsbodem is voor een innovatieve economie.

Maar er is meer. Paradoxaal genoeg lijkt een flexibele arbeidsmarkt de weg open te leggen voor het ontstaan van zware bureaucratieën. Dat lijkt op het eerste gezicht niet logisch en ligt zeker niet in de lijn van de bedoelingen van de voorstanders van flexibele arbeidsmarkt. Maar toch. Enkele Nederlandse onderzoekers toonden het vroeger al aan. Het aandeel managers ligt in de landen met een lage werknemersbescherming ligt minstens dubbel zo hoog dan in ‘rigide’ landen. Een flexibele arbeidsmarkt vereist dus een hogere mate aan controle en bureaucratie.

Een flexibele arbeidsmarkt vereist een hogere mate aan controle en bureaucratie

Een landenvergelijking heeft natuurlijk zijn beperkingen. Zo zouden de cijfers eenvoudigweg te verklaren kunnen zijn door een ander discours en gebruik van het woord manager. Iedereen kent de voorbeelden van de spreekwoordelijke kuisvrouw die als facility manager aangeworven wordt. Recent werd dezelfde analyse daarom overgedaan op het ondernemingsniveau. De (Nederlandse) studie bekeek data van bedrijven en vergeleek het aandeel managers in een bedrijf met het gebruik van flexibele werknemers (tijdelijke contracten en interimmers). De conclusie bleef dezelfde. Gecontroleerd voor een aantal andere factoren blijken bedrijven die met veel flexibele werknemers werken ook met meer managers te werken.

De verklaring hiervoor is relatief eenvoudig. Flexibele werknemers (of een flexibele arbeidsmarkt in het algemeen) gaan samen met kortere carrières van mensen in bedrijven, met minder loyaliteit en betrokkenheid en dus ook met minder mogelijkheden om het werk goed te leren kennen. Dat zorgt ervoor dat er veel meer ingezet moet worden op aansturing en controle. En dat betekent dus meer management.

Of die management meerkost opweegt tegen de korte termijn besparingen van flexibele arbeidscontracten is een open vraag. Maar sowieso zitten we hier met een principal-agent probleem. Het zijn de managers die de beslissingen maken over het aandeel flexibele werknemers, het zijn zij die het beleid duwen om te gaan voor minder regelgeving en het zijn zijzelf die daar rechtstreeks van lijken te profiteren.

Deze column verscheen eerder in De Gids op Maatschappelijk Gebied (April 2016)