Een pleidooi voor arbeidsduurvermindering klinkt ouderwets en naïef. Maar dat is volgens de auteurs een verkeerde indruk. Minder werken kan veel problemen verhelpen, zo leert het Franse voorbeeld met haar 35 uren week.

Deze opinie verscheen eerder op De Redactie.

De geschiedenis van 1 mei staat in nauw verband met de arbeidsduur. Voor decennialang was 1 mei een dag van strijd voor betere arbeidsvoorwaarden waaronder één centrale eis: maximaal 8 uur werken per dag, naast 8 uur slaap en 8 uur ontspanning.

Die droom is ondertussen gerealiseerd. De strijd om minder te werken ging voort en in de meeste EU landen bestaat een voltijdse job uit minder dan 40 uur per week. Die centrale eis (minder uren betaald werken voor een menswaardig inkomen) verdween de laatste decennia wat naar de achtergrond. De arbeidsbeweging ‘zat in het defensief’. De strijd was er vooral een rond het behoud van de opgebouwde rechten en de bescherming van de koopkracht. Wie het idee toch nog even opwierp werd, zelfs in progressieve middens, als een beetje naïef aan de kant geschoven. Arbeidsduurvermindering, dat zou niet werken.

Waarom we minder moeten werken

Nochtans lijken er meer dan genoeg redenen om de kortere werkweek vanonder het stof te halen. Zo is het op zijn minst merkwaardig dat we blijven kampen met groot aandeel mensen die klagen over te weinig werk (het leger werklozen) terwijl degenen die werk hebben meestal klagen over het teveel aan werk (u weet wel, druk druk druk). Een eerlijkere verdeling van het werk lijkt op zijn minst wenselijk.

En dat geldt ook voor de verdeling van het werk in het huishouden. Dat vrouwen massaal op de arbeidsmarkt gekomen zijn, is vanuit emancipatorisch standpunt een goede zaak. Helaas ging dat niet gepaard met een even massale herschuiving van de taken binnen het huishouden. De zorg voor de kinderen en het huishouden blijven een vrouwenzaak en de combinatie tussen werk en privé een halszaak voor de moderne werkende vrouw. Kinderen en een carrière, het blijft een uitdaging. Een kortere werkweek zou niet enkel die zorgende vrouwen een stuk vooruit helpen, maar kan evengoed een stimulans zijn voor de man om meer van de zorg op zich te nemen. Evenwaardige genderrelaties kunnen er alleen goed mee varen.

Een kortere werkweek is ook goed voor het pensioen. Zeker voor vrouwen. Doordat een voltijdse job minder uren telt, is de kans groot dat het (onvrijwillig) deeltijds werk gaat dalen. Deeltijds werk betekent een deeltijds inkomen, maar ook een gebrekkige opbouw van de pensioenrechten. Een kortere arbeidsduur zorgt dus ook op die manier voor een eerlijkere verdeling van de pensioenrechten. En dan hebben we het nog niet gehad over de mogelijke groene effecten van een minder arbeidsduur of het belang ervan voor het welzijn van mensen.

Kan dat zomaar?

Maar zijn we niet hopeloos naïef door te wijzen op wat die verminderde arbeidsduur, die kortere werkweek ons kan bijbrengen? Zullen we hierdoor onze economie en de werkgelegenheid niet hopeloos ondergraven?

De Franse ervaring stemt ons in ieder geval hoopvol. De resultaten: 350.000 jobs in enkele jaren. Een vermindering van de werkloosheid van 10.3% naar 7.5%. Meer jobcreatie per procentpunt groei dan ooit tevoren. Een verbetering van de levenskwaliteit. Een lichte verschuiving richting meer gendergelijkheid in het gezin. Een sterke verhoging van de werkgelegenheidsgraad van oudere werknemers en een vermindering van het aandeel deeltijds werkenden.
Maar niet alles is goud wat blinkt. De Franse 35-uren week kwam er met een sterke steun (lees: lastenverlagingen) van de staat, een belangrijke rol van het sociaal overleg en leidde ook tot intensiever werk.

Toch, wat Frankrijk ons leert is dat arbeidsduurvermindering veel kan bereiken. Op vele vlakken. Daarbovenop kan het een element zijn om te komen tot een jobrich recovery te komen. De invoering mag dan als complex zijn, toch mogen we arbeidsduurvermindering niet zomaar wegzetten bij het groot huisvuil.

Stan De Spiegelaere, Olivier Pintelon en Nick Deschacht zijn lid van de denkgroep Poliargus.