De ‘verliezers van de globalisering’ worden straks misschien ‘Time Person of the Year’. Maar er zijn er die hen graag in de hoek van ‘deplorables’ of terechte losers willen plaatsen en het debat zo in de kiem proberen te smoren. Dat mogen we niet laten gebeuren. We moeten nu echt werk maken van een eerlijkere globalisering. Ferdi De Ville schetst enkele krijtlijnen.

The Economist (wellicht het meest toonaangevende weekblad ter wereld) staat bekend om haar straffe covers. Vrijdag 30 september was het weer van dat. “Why they’re wrong”, staat er onder een tekening van een betoging waarbij mensen borden tegen TTIP (het EU-VS vrijhandelsakkoord) en CETA (akkoord tussen de EU en Canada) maar ook tegen migranten vasthouden. Deze cover kondigt een speciaal rapport in het blad over globalisering en haar tegenstanders aan.

Tegenstanders delegitimeren

Het weekblad past daarmee een dubbel retorisch trucje toe zoals ze al wel vaker deed, en ze blijft daarmee wat mij betreft wat onder haar klasse. Je zal namelijk zelden betogers (of zelfs betogingen) zien die zowel tegen de huidige handelsakkoorden zijn als tegen immigratie. Vaak zijn burgers die sceptisch zijn voor vrijhandelsakkoorden net gastvrij ten aanzien van migranten.

In die zin kan er geen sprake zijn van één open-gesloten breuklijn die de oude economische en culturele breuklijnen volledig vervangt (zoals het op een andere recente voorpagina van het tijdschrift stond). Wel zien we dat er evolutie is in waar partijen (en kiezers) zich op die breuklijnen situeren, maar hun apart belang verdwijnt niet.

In de artikels zelf erkent The Economist dat we te lang hebben genegeerd dat globalisering ook verliezers creëert.

Ook de titel van het tijdschriftnummer is misleidend. Die dekt de lading van het speciale rapport over globalisering in het tijdschrift niet. In de artikels zelf erkent The Economist dat we te lang hebben genegeerd dat globalisering ook verliezers creëert en dat we te weinig hebben gedaan om dat te voorkomen en te remediëren.

Een strategie analoog aan die van The Economist ervaar ik ook regelmatig tijdens debatten over TTIP. Sommige politici of collega-academici erkennen ondertussen alsmaar vaker dat er een terecht onbehagen is over globalisering. So far so good. Maar onmiddellijk vullen ze aan dat het debat daarover een bedenkelijk niveau kent en dat zulk debat een gevaar is voor onze democratie.

De chloorkip (die toch zo al geen gelukkig leven heeft gekend) wordt zowel misbruikt door de tegenstanders van TTIP (sommigen blijven beweren dat we chloorkippen door onze strot geramd gaan krijgen na invoering van het akkoord) als door de voorstanders (die het hele protest tegen TTIP graag reduceren tot het gevleugelde symbool). De conclusie is al te vaak een heimwee naar de periode waarin enkel experten de geneugten van globalisering bewierookten.

Natuurlijk betreur ook ik dat er een Donald Trump nodig was om eindelijk een evenwichtig debat over globalisering te kunnen voeren dat ook de nadelen ervan durft te benoemen.

Natuurlijk betreur ook ik dat er een Donald Trump nodig was om eindelijk een evenwichtig debat over globalisering te kunnen voeren dat ook de nadelen ervan durft te benoemen. Maar de reactie mag niet zijn om het deksel terug op het debat te plaatsen omdat men vindt dat de put stinkt, en verder te doen zoals voorheen. We moeten wel nadenken en een breed debat voeren over hoe een eerlijkere globalisering er zou uitzien, één die minder verliezers en tegenstanders produceert dan tot nog toe het geval was.

In dit stuk leg ik een aantal krijtlijnen voor een eerlijkere globalisering voor (de titel van dit stuk is dus bescheiden en dekt volledig de lading; maar is, toegegeven, misschien ook een tikkeltje saai). Deze zijn verre van exhaustief en verdere uitwerking is nodig.

Zulke oefening moet uitmonden in een globalisering die tot meer rechtvaardige uitkomsten leidt, die minder haar eigen tegenstanders genereert, en die dus ook meer legitiem is. Want we moeten natuurlijk ook het kind niet met het badwater weggooien en de grenzen echt dichtgooien. Dat stelt ook bijna niemand voor, in die zin is alle tegenstand tegen huidige handelsakkoorden over de kam van anti-globalisering scheren ook intellectueel oneerlijk.

Verliezers beschermen

Ten eerste moeten handelsakkoorden meer mechanismen bevatten die zorgen dat de gevolgen ervan evenwichtiger zijn. In vrij abstracte zin produceert liberalisering vrij voorspelbare winnaars en verliezers. De winnaars zijn de meest mobiele factoren in de maatschappij (multinationals, investeerders en hoogopgeleiden), de verliezers zijn de minst mobiele factoren (laagopgeleiden en uitkeringsafhankelijken).

Na een handelsakkoord vergroot de exit-optie van de eerste groep en dus haar onderhandelingsmacht tegenover vakbonden en overheid. We kunnen in handelsakkoorden veel meer en betere afspraken maken die de scheeftrekking van die relatieve voordelen en onderhandelingsmacht tegengaan dan we nu doen.

Verliezers compenseren

Maar afspraken in handelsakkoorden zullen niet volstaan om meer eerlijke uitkomsten te garanderen. Daar is ook beter beleid op nationaal niveau voor nodig. Globalisering is lang op die manier verdedigd: ‘ja, integratie creëert ook verliezers (laten we daar echter niet teveel over praten uit angst voor protectionisme), maar het is aan nationaal beleid om die te laten meegenieten van de grotere taart’.

Economische integratie maakt het ook moeilijker om te herverdelen via eerlijke fiscaliteit

Het probleem daarbij is dat economische integratie het ook moeilijker maakt om te herverdelen via eerlijke fiscaliteit, of dat extra concurrentie tenminste als argument wordt gebruikt tegen progressieve belastingen (zie vorig punt).

Dus ook in het binnenland, en vergemakkelijkt door hervormingen in handelsakkoorden zoals hoger geschetst, moeten voorstanders van globalisering meer de daad bij het woord voeren en verliezers compenseren.

Gericht op vergroten van beleidsruimte

Tenslotte moeten we handelsakkoorden ook hervormen om tegemoet te komen aan de (terechte) verzuchting van zij die vinden dat globalisering de beleidsopties van overheden zodanig hebben versmald dat we niet langer over echt democratisch bestuur kunnen spreken (dat, en niet het niveau van het debat over globalisering, is de echte bedreiging van democratie). Het is die frustratie die door de voorstanders van Brexit kundig werd vertaald als “taking back control”.

We hebben vandaag nood aan het opnieuw vergroten van de beleidsruimte van democratische instellingen.

Handelsakkoorden hanteerden in het verleden teveel het principe van “negatieve integratie”, soms ook “disciplinering” genoemd. Ze maakten de markt verder vrij door overheden op een heleboel vlakken te verbieden (soms de jure, soms de facto) beslissingen te nemen.

Eerlijkere handelsakkoorden zouden vanuit het omgekeerde principe moeten vertrekken. We hebben vandaag geen nood (meer) aan het verder aan banden leggen van de democratie, maar wel aan het opnieuw vergroten van de beleidsruimte van democratische instellingen. Er zijn veel ingrepen mogelijk aan handelsakkoorden die de beleidsruimte zouden vergroten in plaats van verder inperken.

Studie en debat: count me in

Het is mijn bedoeling de komende maanden en jaren aan deze oefening verder te werken, hopelijk met zoveel mogelijk collega’s, mensen uit het middenveld en (waarom niet) gewone burgers (ja, overheden, dit is een slecht versluierd aanbod).

Dus voor wie vindt dat ik in herhaling val: het is nog niet voorbij. Ik zal doorgaan met op deze nagel kloppen zolang het nodig is. En MO* het mij toelaat, natuurlijk.

Deze tekst werd eerder gepubliceerd op www.mo.be (12 oktober 2016)