Uit een recente peiling onder de Gentse bevolking bleek dat 66,8% van de ondervraagden vindt dat de stad “maatregelen moet nemen om de toestromen van Oost-Europese migranten af te remmen”. Ze vonden dit belangrijker dan het voorzien van groene ruimte in de stad, het weren van auto’s uit het stadscentrum, het bouwen van grote woontorens of het opstarten van grote bouwprojecten. Maar wie zijn nu eigenlijk die Oost-Europese migranten? Op basis van officiële cijfers geven we in dit blogstuk een beknopt antwoord op deze vraag.

Hoeveel?

In 2010 telde de stad Gent 246.719 inwoners, zijnde personen die officieel in Gent ingeschreven zijn. Daarvan hadden 8.755 of 3,5% één van de Oost-Europese nationaliteiten. We beperken ons hierbij tot de 12 landen die in 2004 of in 2007 tot de Europese Unie toetraden (= Polen, Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Letland, Litouwen, Estland, Malta, Cyprus, Slovenië, Slowakije en Tsjechië). De meeste van deze Oost-Europese migranten zijn afkomstig van Bulgarije (5.111 personen), Slowakije (1.836 personen) en Polen (1.057 personen). Dit zijn niet meteen grote aantallen wanneer je ze vergelijkt met de totale Gentse bevolking.

Uit figuur 1 blijkt wel dat het aantal officiële Oost-Europeanen in Gent de laatste tien jaar fors is toegenomen. Voornamelijk na de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 en 2007 zien we een stijging. Dit heeft natuurlijk aanleiding gegeven tot het gevoel dat Gent ‘overspoeld werd door Oost-Europese migranten’.

Bovendien is de Oost-Europese migratie naar Gent ongelijk gespreid over de verschillende Gentse wijken. Terwijl in Mariakerke en Gentbrugge respectievelijk maar 0,9% en 1% Oost-Europeanen wonen, tellen de buurten de Dampoort, ’t Rabot en de Muide veel meer Oost-Europeanen (respectievelijk 9,1%, 11,6% en 8,4%). Er moet bijgevolg nagedacht worden over een betere spreiding van de migratie.

Bij deze cijfers moeten er minstens twee grote kanttekeningen gemaakt worden. Het betreft cijfers over het aantal officieel geregistreerde Oost-Europeanen in het Gentse bevolkingsregister. In deze cijfers zijn de asielzoekers niet inbegrepen. Onder deze groep vallen onder meer de fel gemediatiseerde Roma-zigeuners (zie bijvoorbeeld hier, hier en hier). Het aantal asielzoekers wonende in Gent mag echter zeker niet overdreven worden. In 2010 waren er in Gent slechts 855 asielzoekers. Uit de cijfers blijkt bovendien dat het aantal asielzoekers in Gent sterk is afgenomen (een daling van 6.756 asielzoekers in het piekjaar 2001 naar 855 asielzoekers in 2010). Deze asielzoekers zijn terug ongelijk gespreid over de Gentse wijken.

De afkomst van de asielzoekers in 2007 konden we achterhalen via de omgevingsanalyse Etnisch-culturele Minderheden. De meeste asielzoekers in 2007 kwamen uit ex-Joegoslavië (322), Rusland (140), Albanië (122) en Bulgarije (91).

De tweede kanttekening is dat de mensen zonder papieren (de zogenaamde illegalen) ook niet in deze cijfers inbegrepen zijn. Deze groep omvat onder meer uitgeprocedeerde asielzoekers en migranten die zich nooit in België of in Gent geregistreerd hebben. Het is om evidente redenen zeer moeilijk om precieze cijfers over deze groep te krijgen. Eén van de weinige mogelijke indicatoren die een beeld geeft over de grootte van deze groep is het aantal gezinnen dat beroep moet doen op het OCMW voor de ‘kosteloze dringende medische hulp aan mensen zonder papieren’, iets wat het wettelijk verplicht is te verstrekken. In de omgevingsanalyse vinden we dat in 2007 het Gentse OCMW 3.432 dergelijke dossiers (lees: gezinnen) had. In uiteraard niet alle dossiers ging het om Oost-Europese migranten.

Sociaal profitariaat?

Het cliché wil dat de Oost-Europeanen naar Gent komen om ‘te profiteren van de sociale zekerheid’. We hebben geprobeerd zoveel mogelijk dit cliché op zijn waarheidsgehalte te toetsen. In 2010 was 5,5% van de Gentse bevolking ingeschreven bij de VDAB als ‘niet-werkende werkzoekende’ tegenover 8,3% van de Oost-Europeanen in Gent. In 2008 (meer recente cijfers zijn nog niet online beschikbaar) was 1,9% van de Gentse bevolking afhankelijk van het OCMW voor een leefloon of levensminimum tegenover 7,4% van de Oost-Europeanen in Gent.

We zien dus dat Oost-Europeanen wat vaker werkloos zijn en bij het OCMW aankloppen voor hulp dan de doorsnee Gentenaar. Mijns inziens bevestigen deze cijfers echter zeker niet het torenhoge cliché dat de Oost-Europeanen ‘naar Gent komen om te profiteren van de sociale uitkeringen’. Er zijn nog steeds veel meer Oost-Europeanen die wel werken of hun boontjes kunnen doppen dan Oost-Europeanen die werkloos zijn en/of steun trekken van het OCMW.

Besluit

Uit bovenstaande cijfers kunnen we een aantal conclusies trekken. Ten eerste wordt Gent zeker niet ‘overspoeld’ door Oost-Europese migranten. De laatste jaren was er zeker een gevoelige verhoging van het aantal Oost-Europese migranten in Gent, maar hun absolute en relatieve grootte blijft relatief beperkt in vergelijking met de totale Gentse bevolking en andere etnische minderheidsgroepen (in 2010 had of heeft bvb. 8% van de Gentse bevolking de Turkse of Marokkaanse nationaliteit).

Ten tweede zien we dat de Oost-Europese migranten geconcentreerd zijn in een beperkt aantal buurten in Gent. Dit zijn meestal buurten die reeds gebukt gaan onder een aantal problemen (zoals slechte huisvesting, veel kansarmoede en roekeloos verkeer). De Stad Gent moet dan ook nadenken over mogelijkheden om de (Oost-Europese) migratiestromen naar Gent meer gelijk te verdelen over de Gentse wijken.

Ten slotte rechtvaardigen de cijfers het niet om over een ‘Oost-Europees sociaal profitariaat’ te spreken. Hoewel de Oost-Europese migranten in Gent vaker werkloos zijn of steun genieten van het OCMW dan de doorsnee Gentenaar, is de situatie zeker niet dramatisch. Desalniettemin kunnen de cijfers beter. Het stadsbestuur moet dan ook verder inzetten op een goede scholing van de migranten zodat ze beter hun weg vinden op de arbeidsmarkt en in de maatschappij.