We staan net voor de aanvang van nieuwe onderhandelingen voor een interprofessioneel akkoord (IPA) 2017-2018 en van een door de regering aangekondigde herziening van de wet die de loononderhandelingen in België omkadert[1]. Dit lijkt ons een interessant moment om ons te buigen over de loonevolutie sinds de economische en financiële crisis van 2008. Sindsdien werd immers een waar loonmatigingsbeleid gevoerd via loonblokkeringen, een indexsprong en toenemende steunmaatregelen voor ondernemingen. Wat was de concrete impact van dit beleid? Hoeveel bedroeg de werkelijke verhoging van de brutolonen en totale lonen in ons land?

Dit is een gastbijdrage van Andréa Della Vecchia voor Poliargus.

Om op deze vragen een antwoord te vinden keren we terug naar het IPA 2009- 2010. Dit akkoord was een keerpunt in de interprofessionele loononderhandeling en in de politieke beslissingen die daarna genomen werden. De begrippen ‘totaal loon’ en ‘steun aan ondernemingen’ vragen bovendien enige toelichting, als voorbeeld hiervan zullen we de gevolgen voor een specifieke sector in detail analyseren. De bedoeling is op deze manier tot een conclusie te komen over de gevolgen van het loonmatigingsbeleid. Ook de steun voor ploegen-, nacht- en volcontinue arbeid en de behoefte aan de vrijheid om collectief te kunnen onderhandelen over de loonsverhogingen komen hierbij aan bod.

Het IPA 2009-2010, een keerpunt in de Belgische loonevolutie

Het interprofessioneel akkoord 2009-2010 werd gekenmerkt door loonmatiging en de invoering van een nieuwe vorm van steun voor de ondernemingen uit de privésector[2]. Enerzijds werden de loonsverhogingen beperkt tot € 125 en € 250 netto in 2009 en in 2010. Anderzijds werd een loonsubsidie van de bedrijfsvoorheffing van de werknemers ingehouden, gelijk aan 1% van de loonmassa. Dit gedeelte van de loonmassa wordt niet doorgestort naar de staat, maar blijft in de  onderneming[3].

Het IPA 2009-2010 was het laatste akkoord dat sindsdien afgesloten werd. Ondanks de tweejaarlijkse interprofessionele onderhandelingen tussen de sociale partners werd er geen nieuw akkoord bereikt dat de loonevolutie vastlegt. Door het ontbreken van een IPA werd door de politiek een strikt kader opgelegd voor de loonevolutie, dat vervolgens binnen de sectoren en de bedrijven onderhandeld moet worden.

Als we naar deze loonmarges kijken, kunnen we vaststellen dat er loonblokkeringen ingevoerd werden en er enkel een lichte loonsverhoging werd toegelaten in 2012 en in 2016. Bijkomend voerde de regering-Michel in april 2015 een indexsprong in van de lonen van 2% . In dezelfde lijn van het IPA 2009-2010 werden er eveneens toenemende steunverhogingen doorgevoerd[5].

Nettoloon, brutoloon en totaal loon

Wanneer het gaat over het begrip ‘loon’, gaat de aandacht vaak voornamelijk naar het nettoloon. Dat is het bedrag dat rechtstreeks aan de werknemer uitbetaald wordt in ruil voor zijn prestaties. Het totale loon van een werknemer in België bestaat echter uit nog andere onderdelen.

  Loonmarges opgelegd door de regering
2011 0%
2012 0,30%
2013 0%
2014 0%
2015 0%
2016 0,5% en 0,3%[1]

[1] 0,5% van de loonmassa en 0,3% van de nettoloonmassa zonder bijkomende kosten. Zie ook “De loonnorm voor 2015 en 2016” van de FOD Werkgelegenheid http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=14406).

Enerzijds zijn er de persoonlijke en werkgeversbijdragen aan de Sociale Zekerheid. Het gaat hierbij om een uitgesteld loon voor de werknemers, aangezien dit hen het recht toekent op sociale bescherming (werkloosheid, pensioenen, ziekte, …). Anderzijds is er de bedrijfsvoorheffing, dit is de belasting die rechtstreeks geheven wordt op het inkomen uit arbeid.

Daarbij komt nog dat voor de werknemers uit bepaalde sectoren of bedrijven soms specifieke bijdragen worden ingehouden. Het totaal loon van de arbeiders uit de bouwsector omvat bijvoorbeeld eveneens bijdragen voor het sectorfonds om (met name) bijkomende uitkeringen toe te kennen in geval van werkloosheid wegens weerverlet.

Twee steunassen voor ondernemingen

Wat de steun aan ondernemingen betreft, spitsen we ons hier toe op de steunmaatregelen die moeten zorgen voor een rechtstreekse vermindering van de loonmassa[6]. In België onderscheiden we hiervoor twee belangrijke assen. Enerzijds zijn er de verminderde bijdragen aan de Sociale Zekerheid en anderzijds de loonsubsidies op de bedrijfsvoorheffing.

  • De eerste as zorgt voor een vermindering van de bijdragen die rechtstreeks door de werkgever aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) worden betaald.
  • Bij de tweede as gaat het om automatische betalingsvrijstellingen (ten gunste van de werkgever) van een deel van de bedrijfsvoorheffing. Dat betekent dat de bedrijfsvoorheffing wel volledig afgehouden wordt van het brutoloon van de werknemer, maar dat een deel ervan op de rekening van de onderneming blijft staan. Deze maatregel werd ingevoerd in 2004 en was toen enkel gericht op ondernemingen die een beroep deden op ploegen- en nachtarbeid[7]. Via het IPA 2009-2010 werd dit later veralgemeend (zie hieronder).

Deze steun werd nadien door de verschillende regeringen verhoogd of omgevormd. Zo heeft de huidige regering dit systeem ter gelegenheid van de begrotingsbeslissingen 2016 (ook wel “taxshift” genoemd) gewijzigd om het loonmatigingsbeleid te versterken.

Hieronder sommen we enkele belangrijke steunmaatregelen voor de bedrijven op:

  • De progressieve vermindering van het toegepaste basispercentage waarmee de werkgeversbijdragen aan de Sociale Zekerheid bepaald worden. Op termijn vervangt deze vermindering de forfaitaire en structurele verminderingen voor de RSZ en de loonsubsidie die ingevoerd werd via het IPA 2009-2010.
  • De aanpassing van de plafonds voor de lage en de hoge lonen bij de berekening van de werkgeversbijdragen.
  • De verhoging van de loonsubsidie ten gunste van de bedrijven die een beroep doen op ploegen- of nachtarbeid of een volcontinu arbeidssysteem.

Hieronder een tabel over de evolutie van deze specifieke steun sinds de invoering ervan in 2004.

Ploegen-/ nachtarbeid Volcontinue arbeid
2004 1% 1%
2005 2,50% 2,50%
2006 5,63% 5,63%
2007 10,70% 10,70%
2009 15,60% 15,60%
2014 15,60% 17,80%
2016 22,80% 25%

 

Wat stellen we vast:

  • De steun neemt voortdurend toe. De ploegen-, nacht- en volcontinue arbeid wordt op die manier duidelijk bevoordeeld ondanks de rampzalige medische gevolgen voor de werknemers[8].
  • Sinds 2016 wordt een kwart van het brutoloon van een werknemer die in een volcontinu arbeidssysteem tewerkgesteld wordt, rechtstreeks betaald door de Staat. Er wordt immers een overeenkomstig bedrag van zijn bedrijfsvoorheffing afgehouden ten gunste van de werkgever. Dat betekent met andere woorden dat een dag op vier door de gemeenschap betaald wordt.

Sectoranalyse van het loonmatigingsbeleid

De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven brengt jaarlijks een technisch en macro-economisch verslag uit over de loonevolutie in België[9]. Deze jaarlijkse studie is meer bepaald een vergelijking met onze voornaamste handelspartners, namelijk Duitsland, Frankrijk en Nederland. De besluiten van dit verslag dienen als richtsnoer om de sociale gesprekspartners te helpen bij hun tweejaarlijkse loononderhandelingen.

Als aanvulling hierop lijkt het ons nuttig om de concrete gevolgen binnen een bepaalde sector grondig te analyseren. Op die manier kunnen we de evolutie van het loon nauwkeurig meten,  rekening houdend met de verhogingen van het brutoloon, de indexeringen (of het gebrek daaraan), maar ook met de steun ten gunste van de ondernemingen. Hiervoor hebben we gekeken naar de lonen van de arbeiders uit de glassector.

In deze sector heeft het minimum brutoloon dat collectief onderhandeld werd de volgende evolutie gekend:

  2010 2012 2014 2016 2011-2016
Bruto uurloon € 9,6500 € 10,2714 € 10,2714 € 10,5397 +9,22%
Ploegenpremie  
Namiddag € 0,4151 € 0,4419 € 0,4419 € 0,4534 +9,23%
Nacht € 1,2930 € 1,3763 € 1,3763 € 1,4122 +9,22%
Eindejaars-premie 38 u. * uurloon 38 u. * uurloon 38 u. * uurloon 38 u. * uurloon  

We stellen vast dat het sociaal overleg binnen deze sector ervoor gezorgd heeft dat zowel het uurloon als de ploegenpremies tijdens de voorbije zes jaar met 9% gestegen zijn. We zien bovendien ook duidelijk dat er na 2012 een loonblokkering en een indexsprong ingevoerd werden.

Hoe zit het nu met de verhoging van het totale loon? Wat is de evolutie van het totale loon tijdens dezelfde periode? Wat was de impact van de loonsverhogingen, de indexsprong en de steun aan de ondernemingen samen? Om deze vragen te beantwoorden, hieronder een grafiek die de evolutie toont van het totale loon van een arbeider uit de glassector die in ploegen werkt.

Wanneer we deze evolutie van naderbij bekijken, stellen we vast dat het totaal loon stabiel is gebleven (tussen € 15 en € 16 per uur), terwijl het brutoloon tijdens dezelfde periode met 9% gestegen is. De loonsverhogingen (uurloon en premies) en de loonindexering werden met andere woorden integraal gecompenseerd door de steun aan de ondernemingen.

We vestigen de aandacht ook op de aanzienlijke impact van de laatste begrotingsmaatregelen van de regering. Tussen 2014 en 2016 hebben deze het totale loon immers met 6,70% doen dalen, terwijl het brutoloon tijdens dezelfde periode met 2,61% is toegenomen.

We voegen hier nog aan toe dat bij onze studie geen rekening gehouden werd met de steun die aan bedrijven toegekend wordt voor de doelgroepen (Activa, jongeren, oudere werknemers,…) of overuren[10]. Deze voordelen verlagen het bedrag van het totale loon nog meer.

Tenslotte is het van belang te weten dat deze vaststellingen ook gelden voor andere sectoren en voor de werknemers met een “bediendenstatuut”. Het loonmatigingsbeleid en de steun aan ondernemingen zijn immers van toepassing op alle lonen die collectief onderhandeld werden in de privésector.

Behoefte aan onderhandelingsvrijheid

Als we kijken naar de resultaten van onze analyse, kunnen we niet anders dan vaststellen dat het loonmatigingsbeleid een aanzienlijke impact heeft gehad. Het totale loon is gedurende de laatste zes jaar immers stabiel gebleven, met duidelijke voordelen voor de bedrijven en ten koste van de werknemers (als gevolg van de loonblokkeringen en de indexsprong) en de inkomsten voor de gemeenschap (Staat en Sociale Zekerheid).

Daarnaast willen we ook wijzen op de verontrustende evolutie van de steun aan de ondernemingen die een beroep doen op ploegen-, nacht- of volcontinue arbeid. Moet de verbetering van het concurrentievermogen van ons land voorrang krijgen op de gezondheid van de arbeiders? Werd er bovendien rekening gehouden met de financiële gevolgen voor de Sociale Zekerheid die voortvloeien uit de verslechtering van de gezondheid van de werknemers die in dergelijke arbeidsstelsels tewerkgesteld worden?

We willen ook de aandacht vestigen op de onrechtvaardigheid die voortvloeit uit de strikte loonmarges opgelegd door de regering. Deze zijn namelijk van toepassing zijn op alle bedrijven in de privésector, los van hun economische en financiële situatie. Dit heeft tot gevolg dat het loonaandeel in de geproduceerde rijkdom afneemt[11].

Met het oog op de begrotingsbehoefte van de regering en rekening houdend met de prijs die tot nu toe reeds door de werknemers betaald werd, pleiten we er tot slot voor om vanaf het IPA 2017-2018 opnieuw de vrijheid van collectieve loononderhandelingen in te voeren. Enkel op die manier zal de stijging van de lonen rekening houden met de werkelijke capaciteiten van de ondernemingen en de sectoren en zullen de werknemers een rechtvaardig loon ontvangen.

[1] De wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1996072632&table_name=wet).

[2] Het IPA 2009-2010 kan geraadpleegd worden op de internetsite van de Nationale Arbeidsraad (http://www.cnt-nar.be/Interpr-akkoord.htm).

[3] Zie punt “Twee steunassen voor ondernemingen” voor meer details over dit begrip.

[4] 0,5% van de loonmassa en 0,3% van de nettoloonmassa zonder bijkomende kosten. Zie ook “De loonnorm voor 2015 en 2016” van de FOD Werkgelegenheid http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=14406).

[5] Voor meer details zie punt “Twee steunassen voor ondernemingen”.

[6] We houden dus geen rekening met subsidies voor investeringen of voor de vermindering van de vennootschapsbelasting (zoals de notionele interest).

[7] Lees ook het artikel “Avantages et réductions sur les salaires en Belgique” gepubliceerd door Econosphères (http://www.econospheres.be/Avantages-et-reductions-sur-les).

[8] Lees ook het dossier en de getuigenissen verzameld door de Studiedienst van de Algemene Centrale-ABVV (http://www.accg.be/nl/dossier/nacht-en-ploegenarbeid).

[9] Deze verslagen kunnen geraadpleegd worden op de internetsite van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (www.ccecrb.fgov.be).

[10] Raadpleeg de internetsite die aangemaakt werd door de federale regering voor meer informatie over deze bijkomende steun www.autravail.be.

[11] Lees ook de “Sociaal-economische barometer 2015” van het ABVV (http://www.fgtb.be/web/guest/search-nl?p_p_id=search_WAR_tonsaiportlet&p_p_lifecycle=1&p_p_state=normal&p_p_mode=view&p_p_col_id=column-1&p_p_col_count=1&_search_WAR_tonsaiportlet_id=3506791&_search_WAR_tonsaiportlet_javax.portlet.action=viewitem&p_l_id=15227).