Redelijk ongezien. De regering vraagt de sociale partners om tot een akkoord te komen rond de aanpak van het brugpensioen. Eens het akkoord er is, beslist ze om het op te breken om enkele zaken aan te passen. Opmerkelijk, want de regering stapt hiermee af van een lange Belgische traditie waarin de sociale partners een grote autonomie krijgen om hun eigen zaken af tehandelen en de wetgever deze akkoorden smeert, goedkeurt, of mee onderhandelt.

Stan De Spiegelaere & Guy Van Gyes

Dat is wat we de autonomie van de sociale partners noemen. Werkgevers- en werknemersorganisaties mogen over hun domein (het sociaal-economische) zelf het beleid uitzetten. Slagen ze er niet in om een akkoord te vinden, dan neemt de regering het roer over. Gaat het over complexe onderhandelingen met een sterke impact op de staatsfinanciën, dan schuift de regering mee aan tafel (bijvoorbeeld bij het generatiepact). Maar als de sociale partners op vraag van de regering akkoorden sluiten over een thema, dan worden die akkoorden in regel overgenomen door de wetgever.

Deze autonomie dreigt wel eens te botsen met het primaat van de politiek, het idee dat alle belangrijke beslissingen genomen moeten worden door de democratisch gelegitimeerde regering en het parlement. Sociale partners die de regering een dictaat opleggen, dat past niet bij het beeld van de regering en het parlement als ultieme beslissers.

De jongste jaren was er weinig sprake van spanning tussen beide visies. Het sociaal overleg liep niet altijd zo vlot. Werkgevers- en werknemersorganisaties slaagden er niet in om interprofessionele akkoorden te sluiten. In het dossier van het eenheidsstatuut arbeiders-bedienden was sterke overheidsinterventie nodig. Een pijnlijk neveneffect hiervan was het in vraag stellen van het sociaal overleg an sich. Maar zaken kunnen keren. Na de stakingsgolf eind vorig jaar kwam er onverwacht wél een interprofessionele akkoord uit de bus en vorige week kwam er dus het akkoord over het brugpensioen.

Dat deze heropstart van het sociaal overleg gebeurt onder een regering die verandering wil (en die de verandering zelf wil vormgeven) veroorzaakt spanning. Het compromis van de sociale partners ligt niet mijlenver van het regeringsstandpunt verwijderd, maar het beeld dat de sociale partners (en dan vooral de vakbonden) dicteren wat de regering moet beslissen, dat moet de wereld uit. En dus eist de regering het laatste woord.

Het compromis van de sociale partners ligt niet mijlenver van het regeringsstandpunt verwijderd, maar het beeld dat de sociale partners dicteren wat de regering moet beslissen, dat moet de wereld uit. Dus eist de regering het laatste woord

Dat is het beeld van de discussie tussen sociale partners en de regering rond het brugpensioen-akkoord. De sociale partners sturen het naar de regering met de waarschuwing vooral niets aan te passen. De regering herschrijft enkele passages en sturen het terug met dezelfde boodschap: ‘Het is te nemen of te laten.’ En voor het ABVV is het alvast ‘te laten’.

Een strijd om het laatste woord, maar wel één die het democratisch landschap van België aardig kan hertekenen. In de huidige context van polarisatie is het al een prestatie dat de sociale partners tot akkoorden komen. Maar waarom zouden sociale partners nog urenlang vergaderen en overleggen als hun moeilijk verkregen compromissen toch aangepast worden in deze of gene richting? Waarom zouden de onderhandelaars zich nog inschikkelijk moeten tonen als hun tegemoetkomingen zomaar ongedaan gemaakt kunnen worden? Waarom zouden werkgevers- en werkgeversorganisaties nog verantwoordelijk moeten zijn, als ze geen verantwoordelijkheid krijgen?

Waarom zouden werkgevers- en werkgeversorganisaties nog verantwoordelijk moeten zijn, als ze geen verantwoordelijkheid krijgen?

De huidige demarches zijn niet van die aard dat ze de polarisatie zullen doen afnemen. Het feit dat het ABVV het voorstel verwerpt bewijst nogmaals de gevoeligheid van de verschillende partijen.

Maar weinigen zijn gediend met een strijd om het laatste woord. Beter zoeken we samen naar de juiste woorden, die iedereen een gevoel van betrokkenheid en daadkracht geven zonder zich te laten opjagen door mediapolarisatie en een Antwerpse scoremachine.

Dit stuk werd eerder gepubliceerd als opinie in De Morgen (10 maart 2015)