“Als we geen sociale verkiezingen moeten organiseren, dan krijgt iedereen extra dag verlof en een smartphone”. De communicatie van Accent Jobs naar zijn personeel was niet mis te verstaan. En het resultaat is ondertussen bekend: geen enkele vakbond vond personeel dat zich kandidaat wilde stellen. Er komen dus geen sociale verkiezingen. Dit voorbeeld is zeker een uitzondering. In de meeste bedrijven worden die meer dan 50 werknemers hebben worden wél kandidaten gevonden en sociale verkiezingen georganiseerd. Toch wekt Accent Jobs de aandacht omdat het de vertegenwoordiger is van een zorgelijke trend: in steeds meer bedrijven worden geen kandidaten gevonden voor de sociale verkiezingen. Wordt de hoogmis van de economische democratie uitgehold? En zo ja, wat moeten we daarachter zoeken? Steeds meer bedrijven zonder kandidaten In elk bedrijf met meer dan 50 werknemers moeten verkiezingen georganiseerd worden voor de het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW). Eens een bedrijf meer dan 100 werknemers heeft, dan moet er ook een OndernemingsRaad (OR) verkozen worden. Maar wat als er geen kandidaten zijn? Dan zijn er geen verkiezingen en is er ook wordt er dus ook geen CPBW en OR georganiseerd. De werknemers blijven dan zonder vertegenwoordiging zitten. In veruit de meeste bedrijven die meer dan 50 of 100 werknemers hebben worden kandidaten gevonden. In een minderheid is dat niet het geval. Maar die minderheid groeit. Waar in 1975 en 1991 in ongeveer 10% van de bedrijven geen kandidaten had het CPBW was dat in 2012 gestegen tot 15%. Voor de OR lag datzelfde percentage op iets meer dan 10% in 2012, waar het nog rond de 5% draaide in 1975 en 1991. fig1 Figuur 1 – Aandeel bedrijven zonder sociale verkiezingen  (Bron: Op den Kamp & Van Gyes (2010) en FOD WASO) Het lijkt erop dat het steeds moeilijker wordt voor vakbonden om kandidaten te vinden in bedrijven. Maar toch is dat niet helemaal zo. Een deel van de stijging tussen 1991 en 2008 is te verklaren zijn door een andere gegevenswinning door de FOD WASO waardoor het aantal bedrijven dat in principe verkiezingen moeten organiseren correcter is. Toch zien we een gestage stijging van het aandeel bedrijven zonder kandidaten. Het is ook niet zo dat het aantal betrokken bedrijven sterk stijgt. Integendeel, in 2012 waren er minder bedrijven die een OR moesten verkiezen dan in 2008, en toch steeg het aandeel bedrijven zonder kandidaten in die periode. Verklaring gezocht In 2010 onderzocht het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) welke bedrijven er meer of minder kans hadden om geen kandidaten te vinden. Blijkt dat er sterke regionale verschillen zijn. In vergelijking met Brussel hebben bedrijven uit Wallonië veel vaker kandidaten voor sociale verkiezingen en Vlaamse bedrijven minder vaak. Daarnaast spelen ook bedrijfsgrootte, de werknemerssamenstelling en de sector een rol. De analyse HIVA analyse zegt ons echter niets over de verklaring van de geobserveerde stijging van het aandeel bedrijven zonder kandidaten. Helaas bestaat daar geen onderzoek over. We schuiven drie mogelijke verklaringen naar voor:

  1. Een gebrek aan vertrouwen in de achterban
  2. Een gebrek aan engagement voor werknemersvertegenwoordiging
  3. Een vijandige houding van het management
  1. Er is minder vertrouwen in de vakbond

Een eerste mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat de vakbond zijn achterban verliest. Werknemers zijn niet akkoord met de gang van zaken en zijn dan ook niet bereid om zich te engageren voor de sociale verkiezingen. Daarvoor moeten ze namelijk op een kieslijst van de vakbond staan. Maar is dat wel zo? In figuur 2 geven we de evolutie van de syndicalisatiegraad zoals geschat door de OESO over de jaren heen. België blijft duidelijk een land waar veel werknemers aangesloten zijn bij een vakbond. In de laatste jaren stabiliseert de trend, maar is er duidelijk geen sprake van een daling. fig2 Figuur 2 – Syndicalisatiegraad België (bron: OESO) Misschien zijn mensen wel lid van de vakbond, maar willen ze er toch niet mee geassocieerd worden. Zo stellen velen dat de Belgische syndicalisatiegraad enkel hoog is omdat de vakbonden de werkloosheidsuitkering uitkeren. In Figuur 3 geven we daarom de evolutie van het vertrouwen die Belgen hebben in de vakbonden. De cijfers komen van de European Value Study en lopen over vier periodes. Uit de surveyresultaten blijkt dat het vertrouwen van de Belg in de vakbond niet onder druk staat. Meer zelfs, er is een licht positieve evolutie over de jaren heen. fig3 Figuur 3 – Vertrouwen in de vakbond (Bron: EVS) We concluderen dat het weinig waarschijnlijk is dat een gedaald vertrouwen en lidmaatschap in de vakbond de groei aan ondernemingen zonder kandidaten kan verklaren.

  1. Een verminderde interesse in sociaal overleg op bedrijfsniveau

De tweede mogelijke verklaring is een eventuele daling van het sociaal overleg op bedrijfsniveau. Misschien hebben Belgen en werknemers wel vertrouwen in de vakbond als geheel, maar zien ze het nut van een CPBW of OR in hun bedrijf niet in. Een eerste mogelijke indicator is de opkomst van de kiesgerechtigden. Op basis van de FOD WASO en HIVA cijfers blijkt dat de participatiegraad in de sociale verkiezingen relatief hoog ligt. In 2012 zou zo’n 70-71% van de stemgerechtigde kiezers hun stem uitgebracht hebben. En toch, daar zien we wel een lichte negatieve trend over de jaren heen. Afhankelijk van de manier van berekenen zou dat aandeel stukje hoger gelegen hebben in vorige stemrondes. Daarnaast kunnen we ook kijken naar de gegevens van de European Company Survey. Daarin werden werknemersvertegenwoordigers gevraagd in welke mate ze zich gesteund voelen door hun achterban. Figuur 4 toont het aandeel werknemersvertegenwoordiger die akkoord of helemaal akkoord ging met twee stellingen rond de steun die ze krijgen van de werknemers. Uit de vergelijking van de cijfers van 2009 en 2013 blijkt een lichte stijging van het aandeel vertegenwoordigers dat zich ‘gewaardeerd’ voelt. Ongeveer hetzelfde aandeel stelt dat werknemers ‘zelden belangstelling’ tonen voor het overleg. fig4 Figuur 4 – Interesse in vertegenwoordiging (Bron: ECS) Een dalende interesse vanuit de werknemers in de vertegenwoordigende organen kan dus ook moeilijk een sluitende verklaring geven voor de bedrijven zonder kandidaten. De opkomst blijft hoog (hoewel licht dalend) en de steun en interesse in werknemersvertegenwoordiging op bedrijfsniveau lijkt wat te stijgen.

  1. Vijandige arbeidsrelaties

De laatste mogelijke verklaring brengt ons terug bij het Accent Jobs verhaal. Misschien zijn er meer bedrijven zonder verkiezingen omdat werknemers zich niet durven kandidaat te stellen. Ook hiervoor kijken we naar de resultaten van de European Company Survey. Figuur 5 toont het percentage vertegenwoordigers dat akkoord of helemaal akkoord is met twee stellingen rond het conflictgehalte van de arbeidsverhoudingen. fig5 Figuur 5 – Conflictuele of coöperatieve arbeidsverhoudingen (bron: ECS) Eerst het goede nieuws: in de meeste bedrijven zijn de sociale relaties ‘coöperatief’. Het management gaat samen met de werknemers p zoek naar oplossingen voor problemen. In een kleine minderheid van de bedrijven stelt het management zich vijandig op. Het slechte nieuws is dat het aandeel ‘coöperatieve bedrijven’ lichtjes daalt terwijl het aandeel ‘conflictuele’ stijgt. In 2013 werden ook vragen gesteld over de mate waarin werknemersvertegenwoordigers zich bedreigd voelen in hun werk als vertegenwoordiger. Ook daaruit blijkt dat in 8-9% van de bedrijven sprake is van een slechtere behandelingen van vertegenwoordigers.  Accent Jobs, helaas niet de uitzondering Het voorbeeld van Accent Jobs is dus zorgwekkend. In steeds meer bedrijven zijn er geen sociale verkiezingen omdat er zich niemand kandidaat stelt en het lijkt erop dat vooral de houding van de werkgever hier een rol speelt. Het constante gehamer op de geloofwaardigheid van de vakbond door politiek en media heeft dus zijn gevolgen. Niet omdat het vertrouwen van de achterban onder druk staat en niet omdat werknemers hun interesse in een vertegenwoordiging verliezen, maar wel omdat het management een negatievere houding aanneemt ten opzicht van de vakbonden. En dat is zorgwekkend. De eerste slachtoffers van een management die ‘de vakbond buiten houdt’ is namelijk niet de vakbond, maar de werknemers in dat bedrijf. Zij verliezen hierdoor hun recht om geïnformeerd en gehoord te worden in hun onderneming. En dat zijn niet minder dan burgerrechten. Socver_201604