Op 27 juli 1999 gingen honderden werknemers van de Meridiana vliegmaatschappij in staking. De staking werd goed opgevolgd, maar toch waren er geen spectaculaire beelden in het nieuws. Geen overvolle of lege vertrekhallen, geen geïrriteerde passagiers en geen stapels bagage. Met een klein beetje onwil merkte de reiziger zelfs niet dat er gestaakt werd. Hoe dat kon? Eenvoudig:de piloten en vluchtleiders staakten en werkten tegelijk. Ze namen deel in wat nogal verwarrend een virtuele staking genoemd wordt, maar wat ook omschreven wordt als een sociale staking.

Sociaal voor de passagiers, de gebruikers, de leveranciers en de toeleveringsbedrijven. Maar niet minder reëel voor de werkgevers en werknemers dan een gewone staking. Zoals bij een normale staking zien de werknemers af van hun loon. Ze gaan wel gewoon werken. Maar daar betaalt de werkgever een hoge prijs voor. Ook hij ziet af van zijn inkomsten door alles door te storten naar bijvoorbeeld een humanitaire organisatie. Beide partijen verliezen en dat zet de nodige (financiële) druk om tot een compromis te komen. De derde partij daarentegen, die wordt uit de wind gezet.

Eigenlijk moeten de partners maar akkoord gaan over één elementaire zaak: hoeveel moet de werkgever betalen (en aan wie)? De werkgeverscompensatie moet hoog genoeg zijn of er is geen enkele reden voor werknemers om sociaal te gaan staken. En er moet ook een link zijn met de stakingsparticipatie. Hoe meer sociale stakers, hoe meer de werkgever moet afdragen. Als de staking sterk gedragen wordt, dan kan men opteren voor het wegschenken van alle inkomsten gemaakt tijdens de staking. Is er  meer twijfel over de stakingsbereidheid, dan kan men bijvoorbeeld twee maal het loon van alle stakers aan de kant plaatsen.

Bij een eerder voorbeeld uit Miami werd er dan weer beslist om de dienst gratis te leveren. Maar aangezien de werkgevers er momenteel een sport van maken om de kosten van een staking schromelijk te overschatten kunnen we ook gewoon hun eigen cijfers gebruiken om de compensatie vast te leggen. Zeker bij ondernemingen waar de politiek een rol speelt (lees: NMBS) kan een alliantie tussen personeel en gebruikers een wezenlijk verschil maken. Daarvoor moet er sterk ingezet worden op communicatie en overleg. De redenen voor de stakingen en het eisenpakket moeten dan ook doorgepraat worden met gebruikersverenigingen.

De betaalstaking van enkele jaren toont aan dat de sympathie van de gebruiker winnen kan, bij het spoor, maar misschien ook in andere sectoren. Een complementaire actie van de gebruikersverenigingen op hetzelfde moment zou ook aan hen een middel kunnen geven om hun steun uit te brengen aan de stakers. Door sociaal te staken kunnen bonden hun slagkracht dus verhogen.

En een inperking van het stakingsrecht is het niet. Het is een creatieve actievorm die niet altijd, maar soms zijn meerwaarde kan betekenen. Lukt het niet, zet het te weinig druk, wil het personeel niet mee; dan kan er nog steeds overgegaan worden tot een gewone werkonderbreking.

Toegegeven, er zitten enkele serieuze addertjes onder het gras. De staking als ‘uitlaatklep’ wordt wat moeilijker, er moet nagedacht worden over het free-rider probleem en men moet wat verzekeringszaken uitklaren. Onoverkomelijk zijn ze niet. De voorbeelden uit het buitenland tonen aan dat het kan. Het zal wat inspanning vragen, maar deze verdwijnen in het niets tegenover de dreiging van de minimumdienstverlening die in het regeerakkoord staat.

Dit stuk werd eerder als column gepubliceerd in De Gids op Maatschappelijk Gebied (januari 2015)