De onderhandelingen over het TTIP of Transatlantic Trade and Investment Partnership, een handelsakkoord tussen de Europese Unie en de Verenigde staten, zijn al een tijdje bezig. Pas sinds kort is er ook een groot debat over in de media. Zo een vrijhandelsakkoord lijkt voor velen misschien een ver-van-mijn-bedshow, maar het kan zeer grote gevolgen hebben voor de gemiddelde Belg. Maar wat mag u geloven van de argumenten die in het debat gebruikt worden?

 

Mythe 1: Het TTIP is goed voor uw portefeuille

Het belangrijkste argument van de Europese Commissie is dat het TTIP Europa economische groei en jobs zal bezorgen. Het is dus een goede kans om uit de crisis te geraken, zonder dat het al te veel nadelen heeft. Wie kan daartegen zijn? Jammer, maar helaas! Ten eerste voorspellen zelfs de studies van de Commissie een vrij lage economische boost, vergelijkbaar met ongeveer één kopje koffie per week per Europeaan, en dat pas tegen 2027. Ten tweede is die groei afhankelijk van een ambitieus handelsakkoord waarbij de Amerikaanse en Europese normen zeer sterk op elkaar afgesteld worden, wat waarschijnlijk onhaalbaar is. Ten derde is de beloofde groei hoogst onzeker, en andere studies voorspellen net jobverlies en minder groei, met de grootste nadelen voor een groep Noord- en West-Europese landen waaronder… België.

 

Mythe 2: Het TTIP zal leiden tot hoge normen wereldwijd

Aangezien de handelstarieven tussen de EU en VS al heel laag zijn, wil het TTIP vooral meer handel stimuleren door het afstemmen van Amerikaanse en Europese regels op allerlei vlakken, zoals milieu, voedselveiligheid, het gebruik van gevaarlijke stoffen, … De Commissie beweert dat het akkoord de mogelijkheid biedt om wereldwijd de toon te zetten met hoge normen, die ook door landen als China zouden overgenomen worden.

Er zijn echter vaak grote verschillen tussen de regelgeving in de EU en de VS. Denk maar aan de chloorkippen, hormonenbiefstukken en genetisch gemanipuleerde organismen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de VS bij deze en vele andere voorbeelden zijn normen zal aanpassen aan de Europese regelgeving. Uit vrijgegeven documenten blijkt dat er niet eens gestreefd wordt naar harmonisering naar de hoogste norm. Hoe het TTIP dan ooit tot een wereldwijde “goudstandaard” op vlak van milieu, voedsel- en arbeidsveiligheid en consumentenbescherming zou leiden is een groot raadsel.

 

Mythe 3: Het TTIP heeft geen invloed op de democratie

Zelfs als het uiteindelijke akkoord niet tot de rechtstreekse invoering van chloorkippen, hormonenbiefstukken en ggo’s zal leiden, zijn er minstens twee manieren waarop toekomstige regelgeving ten voordele van mens en milieu moeilijker kan worden. Ten eerste zou het verdrag ervoor zorgen dat er een soort technocratisch orgaan komt dat in de toekomst toekijkt of bestaande én nieuwe regels geen belemmering vormen voor de handel. Het is duidelijk dat dat een extra rem vormt voor nieuwe regelgeving en hogere normen.

Ten tweede is er het fameuze ISDS-mechanisme. Simpel gezegd betekent dat dat multinationals met een filiaal in de VS Europese staten zouden kunnen aanklagen voor bepaalde regulering die de winsten van die multinationals zou kunnen aantasten. Bovendien is de rechtbank hierbij een private rechtbank bestaande uit zakenadvocaten in plaats van door de overheid vastbenoemde rechters. Dat zou zeer slecht zijn voor de democratie, aangezien de mogelijkheid zeker bestaat dat regeringen enkel en alleen om dure rechtszaken te ontlopen bepaalde wetten zullen vermijden.

 

Mythe 4: Het TTIP heeft geen invloed op de Europese werknemers

Het TTIP kan ook nadelig zijn voor werknemers en de arbeids- en loonvoorwaarden. In de praktijk betekent meer handel dat multinationals werknemers uit de EU enerzijds en de VS anderzijds nog meer tegen elkaar kunnen uitspelen. Belgische en West-Europese werknemers zullen (nog meer) moeten concurreren met de zeer productieve Amerikaanse werknemers, die vaak veel minder sterke vakbonden hebben, minder collectieve arbeidsovereenkomsten, minder sociale bescherming en een veel lager wettelijk minimumloon. Over “valse concurrentie” gesproken.

Het argument dat we de Belgische werknemers goedkoper moeten maken, of dat bedrijven anders naar het buitenland zullen vertrekken, zal weer wat luider klinken. Zo zal het TTIP in elk geval de onderhandelingspositie van werkgeversorganisaties en multinationals versterken, en kan het enkel maar achteruitgang betekenen voor de Belgische werknemers.

 

Mythe 5: De komst van het TTIP is een uitgemaakte zaak

Als de Europese Commissie zo overtuigd is van het eigen gelijk, betekent dat dan dat het TTIP er sowieso komt? Dat is helemaal niet zo zeker. Zo is een deel van het Europees Parlement zeer kritisch. Als ook de nationale parlementen hun zegje zouden krijgen – dat is nog niet zeker – dan zal er nog veel meer debat komen en is de kans nog groter dat het TTIP getorpedeerd wordt.

Maar het belangrijkste is dat verzet kan helpen. Onder invloed van een aantal ngo’s die zich al langer verzetten tegen het TTIP, is er veel kritiek van een vrij grote coalitie: de vakbonden, veel ngo’s, radicaal-linkse, groene en (in iets mindere mate) sociaaldemocratische partijen. Die staan tegenover een machtige coalitie van multinationals, werkgeversorganisaties, de Commissie en veel liberale en conservatieve partijen. Wie zal het halen? David of Goliath? Klein Duimpje of de Reus? De samenleving of big business? Dat is geen vooraf uitgemaakte zaak. Wat wel duidelijk is: hoe meer verzet, hoe kleiner de kans dat het TTIP er ooit komt.

 

Deze bijdrage verscheen eerder in Raak (juni 2015), het maandblad van de kwb.