‘Europa staat voor cruciale weken’, zegt Ferdi De Ville deze week in zijn column. ‘Het is ondertussen zo’n tergend, eurocentrisch cliché geworden dat ik het zou snappen mocht men een straf invoeren op het gebruik van die uitspraak. En toch is het vandaag weer eens gepast.’

De komende weken moet de Europese Unie een oplossing vinden voor de vluchtelingencrisis of het einde van het vrij personenverkeer onder “Schengen” dreigt. Ook moet duidelijk worden of het vertrouwen tussen Griekenland en de rest van de eurozone voldoende is hersteld zodat er kan gepraat worden over een schuldherschikking, die Griekenland nodig heeft om echt een perspectief op herstel te krijgen.

Anders drumt de Griekse lege schatkist straks weer de volle Griekse eilanden van de voorpagina’s. En er moet een vergelijk gezocht worden met het Verenigd Koninkrijk, waar binnenkort een referendum over EU-lidmaatschap wordt gehouden.

Iedereen in Europa lijkt het noorden kwijt, inclusief het noorden.

Ondertussen moet men een oog houden op vanuit democratisch oogpunt twijfelachtige ontwikkelingen in verschillende lidstaten; men zou er scheel van worden. Iedereen in Europa lijkt het noorden kwijt, inclusief het noorden.

Er zijn er die heimwee hebben naar de eerste helft van 2015, toen Europa haast wekelijks een cruciaal weekend beleefde over de toekomst van Griekenland in de eurozone. Dat was ook spannend, maar tenminste overzichtelijk.

Als de euro faalt, faalt het hele Europese project, hebben we de voorbije jaren verschillende keren gehoord. Als Schengen valt, valt Europa, zo luidt het in de huidige vluchtelingencrisis. Hoe we omgaan met vluchtelingen en onze waarden verdedigen, is een spiegel voor wie we zijn, stelde de Nederlandse minister voor Buitenlandse Zaken deze week.

Wat is dat Europa dan, dat zou kunnen vallen? Welke waarden verdedigen we in de vluchtelingencrisis, volgens sommigen tegen onszelf en volgens anderen tegen die vluchtelingen?

Het valt niet te ontkennen dat veel van de waarden waarop de Unie berust, vandaag onder druk staan.

In artikel twee van het Verdrag betreffende de Europese Unie staat ‘De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidari¬teit en gelijkheid van vrouwen en mannen.’

Het valt niet te ontkennen dat veel van de waarden waarop de Unie berust, vandaag onder druk staan.

Het is ook moeilijk om vandaag niet smalend te doen over het motto van de EU: ‘in verscheidenheid verenigd’. De eurocrisis heeft getoond dat te verscheiden economische structuren en visies verenigen in één munt tot problemen leidt. De huidige crisis over de verdeling van de opvang van vluchtelingen bewijst dat een te verscheiden kijk op de ethische plichten en wenselijke culturele samenstelling van samenlevingen moeilijk te verenigen is met een intern open grenzen beleid.

De droom van de stichters van Europese integratie dat steeds nauwere samenwerking zou uitmonden in “feitelijke solidariteit” is niet uitgekomen. In de plaats wordt Europa nog steeds als een handig instrument gebruikt om de schuld voor problemen op anderen af te schuiven.

Hebben we de voorbije maanden horen pleiten voor solidariteit met Griekenland en Italië, de al (quasi-)bankroete “frontliniestaten” die als eersten vele asielzoekers over de vloer krijgen? Nauwelijks. Wel horen we dat Griekenland niet genoeg zijn best doet om vluchtelingen te registreren en zijn honderden kilometers grenzen te bewaken. Terwijl aan het Belgisch tempo van 250 registraties per dag, het Griekenland meer dan 9 jaar zou kosten om het aantal vluchtelingen dat het vorig jaar zag passeren te registreren.

Samen solidair achter de Europese waarden uit het Verdrag? Neen, dus.

Vandaag wordt in zowat elk land met de vinger naar Merkel gewezen die er met een te ruimhartig discours voor zou hebben gezorgd dat alsmaar meer “gelukszoekers” naar Europa komen. Samen solidair achter de Europese waarden uit het Verdrag? Neen, dus. Ondertussen proberen anderen de ziel van Europa op een heel andere manier te definiëren, als vooral niet-multicultureel.

Een verschillende visie op de rechtstaat, democratie, economie, multiculturaliteit en solidariteit. Zoveel verscheidenheid laat zich alsmaar moeilijker verenigen binnen een zone van vrij verkeer en gemeenschappelijk monetair-economisch beleid. En dus horen we alsmaar meer voorstellen om naar een beperktere club te gaan van landen met homogenere voorkeuren en visies. Het alternatief van een wanordelijke desintegratie lijkt ook steeds minder onwaarschijnlijk. Er lijkt een afruil te bestaan tussen de mogelijkheid van een sterke waardengemeenschap en de uitgestrektheid van de Unie.

Zo bekeken zit David Cameron in een meer comfortabele positie dan vaak vermoed wordt. Als Schengen echt zou instorten, en daarmee ook de handel wordt verstoord, worden ook de argumenten voor een gemeenschappelijke munt onmiddellijk ook minder valabel.

Straks blijft er van de EU enkel nog een gammele vrijhandelszone over.

Straks blijft er van de EU enkel nog een gammele vrijhandelszone over. Veel verscheidenheid, weinig verenigde waarden en beleidsdomeinen. Zo krijgt Cameron vanzelf zijn zin, zonder daar zelf sterk voor onderhandeld te moeten hebben.

En als een kerngroep van landen zich toch afsplitst om meer en beter dan vandaag samen te werken vanuit sterke gemeenschappelijke waarden, dan kan het Verenigd Koninkrijk zich in de buitengroep nestelen, daar waar het wil zitten.

Ja, Europa staat dus voor cruciale keuzes. Maar zoals al te vaak lijkt het daar zonder veel visie, zonder kompas door te zullen laveren. Misschien moddert het zich ook hier wel weer doorheen, met late package deals. Maar ondertussen wordt de ziel van Europa nog wat minder herkenbaar, tot frustratie van haast iedereen.

Deze column verscheen eerder op www.mo.be (03/02/2016)