Over de achterban van de vakbond vloeide al veel inkt. Volgens sommigen hebben de vakbonden er al lang geen meer, volgens andere zijn het enkel oudere ambtenaren of pre-gepensioneerden die de bonden nog volop steunen. In vorige stukken besprak ik enkele keren hoe het staat met die achterban, met het vertrouwen van de burger in de vakbond en hoe de jeugd kijkt naar de ‘oude bonden’. Hier neem ik graag een andere invalshoek, die van de mobilisatie. Wie komt er op straat bij vakbondsprotest en wat kan dat ons leren?

De Antwerpse onderzoekers Walgrave, Ketelaars en Eggert gingen naar enkele grote vakbondsbetogingen van de laatste jaren om vragenlijsten van deelnemers af te nemen. Hun onderzoek is zeer leerrijk. Zo blijkt dat er iets meer Nederlands- dan Franstaligen op straat komen. Aangezien er ook meer Vlamingen zijn in België betekent dit dat er geen groot verschil is in de relatieve opkomst uit de twee landshelften. Het idee dat enkel de Waalse syndicalisten betogen klopt dus niet.

Blijkt dat er iets meer Nederlands- dan Franstaligen op straat komen. Het idee dat enkel de Waalse syndicalisten betogen klopt dus niet.

We leren ook dat de betogingen tegen de regering Michel I een iets linkser karakter hadden dan de betogingen tegen de regering Di Rupo I. Verder is het zeer duidelijk dat de overgrote meerderheid van de betogers lid is van de vakbond. In de betogingen tegen Di Rupo I was dat 92%, in de betoging tegen Michel I 84%.

Maar hoe moeten we dit interpreteren en wat kunnen we hieruit leren? Daarvoor moeten we de Belgische resultaten misschien vergelijken met het buitenland. Enkele Italiaanse onderzoekers  hebben de data van Walgrave en collega’s afgezet tegen vergelijkbare vakbondsbetogingen in Italië, Spanje, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Wat blijkt? Meer dan in andere landen worden de betogingen van de vakbond in België gedomineerd door vakbondsleden. Meer dan 8 op 10 van de betogers is lid van de vakbond en meer dan 7 op 10 zegt ook dat ze naar de betoging kwamen samen met andere syndicalisten. Zelden komen Belgische betogers alleen, met familie of met persoonlijke contacten. In Spanje, Nederland en het Verenigd koninkrijk komen veel meer betogers met familie betogen (rond de 10%) of met hun persoonlijk netwerk. In Spanje meer dan 3 op 10.

Meer dan in andere landen worden de betogingen van de vakbond in België gedomineerd door vakbondsleden

Of dit een goede of slechte zaak is, is niet duidelijk. In vergelijking met de andere landen zijn er in België meer werknemers lid van de vakbond wat dit verschil deels kan verklaren. Het toont ook aan dat de Belgische bonden een sterke, autonome, mobilisatiecapaciteit bezitten wat misschien minder het geval is in de andere landen. De Belgische vakbonden kunnen, met andere woorden, op eigen krachten mobiliseren en protesteren. Maar er is ook een negatievere kijk op dezelfde cijfers mogelijk. De Belgische bonden slager en blijkbaar niet in om hun achterban te verbreden naar niet-leden. Hun boodschap slaat aan in vakbondsmiddens, maar brengt weinig anderen op straat.

De onderzoekers keken ook naar mate waarin betogers zichzelf plaatsen op een links-rechts schaal. Blijkt dat van de Belgische betogers ongeveer 1 op 10 zichzelf als extreem-links zien en nog eens 10% als links. Opvallend, meer dan 40% van de betogers plaats zichzelf in het centrum of rechts (de overblijvende 30% zegt gematigd links te zijn). Ook hier zijn duidelijke verschillen met het buitenland. Met uitzondering van Nederland profileren de betogers in het buitenland zich duidelijk linkser dan de Belgische. Dat de Belgische bonden de ‘gewapende arm van de PS’ zouden zijn lijkt dus wat overdreven. Ze mobiliseren over een breed links-rechts spectrum, veel meer dan in het buitenland.

Opvallend, meer dan 40% van de betogers plaats zichzelf in het centrum of rechts in het politieke spectrum

En ook dat heeft voor en nadelen. Een grote betoging met een duidelijk profiel kan helpen om een duidelijke, militante boodschap over te brengen. Een bredere betoging met deelnemers met verschillende visies en partijvoorkeuren zal minder scherp zijn, maar vertegenwoordigd wel beter de mening van de maatschappij. En de boodschap dat zowel links, centrum en gematigd rechts zich kunnen verenigen rond een thema als fiscale rechtvaardigheid kan harder klinken dan als alleen linksen de straat op komen.

Maar elke geharde middenveldbetoger zal het je bevestigen: het volk op een betoging van pakweg de ecologische beweging verschilt sterk van het volk dat op een vakbondsbetoging present tekent. De vakbond slaagt er dus goed in om mensen te mobiliseren die niet de usual suspects van het straatprotest zijn.

Volgens velen moeten vakbonden meer doen om ook deze usual suspects en het bredere middenveld te mobiliseren, om het protest te verbreden en in alliantie te gaan met het middenveld. Daar lijken de andere landen op dit moment beter in te slagen dan de Belgische. Maar het omgekeerde klopt even hard, dat de Belgische bonden er veel beter in slagen om leden te mobiliseren voor protest. Deze autonome en structurele mobilisatiekracht mag gekoesterd worden.

Dit stuk werd eerder gepubliceerd als column in De Gids op Maatschappelijk Gebied (september 2016)