“De vakbond is zijn draagvlak kwijt”: Geen enkel krantenartikel, geen enkele ‘analyse’ over de staat van de vakbond kan je lezen zonder ergens deze bewering te kruisen. Met elke actie zou de tegenstand groter worden, met elke gesproken woord zouden ze vooral in hun eigen voeten schieten. Dat daarvoor zelden enig bewijsmateriaal aangevoerd wordt naast het natuurlijk onfeilbare gevoel, stopt weinigen ervan om dit toch te claimen.

En soms lijkt het wel te kloppen. Als je enkel op twitter, facebook en internetcommentatoren afgaat, dan kunnen de bonden maar beter de boeken toe doen. Maar wat is daar eigenlijk van aan? Laten we daarvoor kijken naar enkele andere bronnen dan enkel facebook. Als het gaat over actievoeren lijken de vakbonden geen al te groot probleem te hebben. Vorig jaar was het jaar met de meeste stakingsdagen sinds de jaren 70. Twee keer op twee jaar slaagden de vakbonden erin om brede lagen van de samenleving naar Brussel te halen voor nationale betogingen. En het kreeg daarbij de opgemerkte steun van een hele serie middenveldorganisaties. Zonder draagvlak zou dat moeilijk gaan.

Twee keer op twee jaar slaagden de vakbonden erin om brede lagen van de samenleving naar Brussel en daarbij  kregen ze  de opgemerkte steun van een hele serie middenveldorganisaties. Zonder draagvlak zou dat moeilijk gaan.

In 2014 deden de bonden dat al surfend op een golf van verontwaardiging en media-aandacht. Voor het eerst sinds lang gebeurde de mobilisatie niet enkel met een negatief (tegen) verhaal, maar ook met een positieve progressieve eis: een tax-shift van arbeid naar vermogens. Fiscaliteit stond opeens centraal op de vakbondsagenda en het pakte.

In 2015 lag dat even anders. De regering vervormde vakkundig het vakbondsidee van de tax-shift en verkocht een sociaal regressief voorstel onder dezelfde naam. Zonder directe aanleiding was er van een golf van verontwaardiging niet veel te merken, en ook de media aandacht bleef daardoor logischerwijs beperkt. En toch, toch slaagden de bonden erin om, misschien tegen hun eigen verwachtingen in, opnieuw 80.000-100.000 man op de baan te krijgen. Toch slaagden ze erin om militant en sympathisant uit te leggen dat dit niet hún tax-shift is en dat ze blijvend moeten mobiliseren. Zonder media-aandacht, dat doe je niet zonder draagvlak.

En dat draagvlak bouwt vaak niet op politiek actie, niet op media optredens, niet op soundbites en oneliners. Het draagvlak wordt gecreëerd door het dagelijks werk van de vele vrijwillige en betaalde krachten op de werkvloer. De duizenden vertegenwoordigers en secretarissen die zich willens nillens inzetten voor de belangen van hun collega’s. Dat vormt het draagvlak van de vakbond, en als (met grote voorsprong) grootste middenveldorganisatie van het land kunnen ze daarom rekenen op een draagvlak waar elke andere organisatie een puntje aan kan zuigen.

En ook surveymateriaal bevestigt dat. De Belgische bevolking heeft een relatief hoge dunk van de vakbond en vertrouwt hen. Resultaten van de European Value Study (helaas maar tot 2008) tonen dat mooi aan. Meer zelfs, over de jaren heen staat dat vertrouwen niet onder druk. Het is minder fraai gesteld met het vertrouwen in de media en in de politiek, twee instanties die maar wat graag de achterban van de bonden in twijfel trekken.

Maar mag er daarom op de lauweren gerust worden? Maakt het niet uit wat er in de media gezegd en geschreven wordt omdat de vakbond toch zijn autonoom draagvlak heeft? Geenszins. En dat voor twee belangrijke redenen.

Ten eerste bepaalt de media voor een groot stuk de sfeerzetting. Al dat gemekker over draagvlak maakt ook syndicalisten nerveus en zet ze in het defensief, ze zullen veel minder openlijk hun affiliatie en mening durven verdedigen en zo dreigt de voorspelling van een afkalvend draagvlak een self-fulfilling prophecy te worden.

Maar er is meer. De sfeerzetting in de media bepaalt ook hoe niet-syndicalist naar de vakbond kijkt. En op dit moment is dat niet bepaald positief. Hoewel de vakbonden stevig geworteld blijven in de maatschappij, lijkt het anti-front te radicaliseren. En dat is een probleem. Want het verschil tussen een onverschillige en geradicaliseerde tegenstander is essentieel. Het is die rabiate anti-sfeer die ervoor zorgt dat de bonden bestookt worden van alle kanten.

Maar al dat gestook bewijst ook onrechtstreeks dat er van een draagvlak-probleem weinig sprake is. De rechtspersoonlijkheid, het inperken van het stakingsrecht, het duur maken van  vakbondslidmaatschap; allemaal zouden ze niet nodig zijn mocht de vakbond écht een achterbanprobleem hebben.

Stakingen zouden niet opgevolgd worden, leden zouden wegtrekken waardoor de ‘besparing’ als sneeuw voor de zon zou wegsmelten. Het feit dat de vakbond belaagd wordt, bewijst dat ze een achterban hebben. Een autonome achterban, en dus een achterban die andere actoren (politiek en in de media) liever zien verdwijnen, want zelf hebben ze zo’n achterban namelijk niet.

Deze column werd eerder gepubliceerd in De Gids Op Maatshappelijk Gebied (November 2015)