De roep naar een kortere werkweek is terug van weggeweest (DM 13/1). Enkele decennia geleden was het een belangrijk deel van het arbeidsmarktbeleid en een centrale eis van de arbeidersbeweging. Tot voor kort werd het echter afgedaan als wishful thinking, een recept van de vorige eeuw en zogenaamd bewezen ineffectief. Maar daar komt verandering in. In Vlaanderen onder meer vanuit de vrouwenorganisaties als Femma en VOK, in Wallonië vanuit vakbondsmiddens en Ecolo.

De argumentatie voor een kortere werkweek steunt vaak op vier pijlers. Het zou goed zijn voor het welzijn van werknemers (lees: minder stress), voor de gendergelijkheid (vrouwen komen op dezelfde voet te staan), voor de combinatie werk en privé en voor de werkgelegenheid (herverdeling van het werk). Over dat laatste bestaat grote discussie en dus zullen we ons hier daarop focussen. Zal een kortere werkweek zorgen voor meer jobs?

7×8 is niet hetzelfde als 8×7, helaas

Intuïtief lijkt het logisch. Als iedereen enkele uren per week minder werkt, dan komt er werk vrij voor anderen. We herverdelen het werk. Het werk moet toch gedaan worden, niet? Zo simpel is het helaas niet. Er is helemaal geen één-op-één relatie tussen minder uren werken en werkgelegenheid. En dat om verschillende redenen.

Ten eerste is veel werk niet zomaar op te delen in uren. Vooral werk van bedienden en kenniswerkers is niet zomaar op te delen. Een uur minder voor zo’n werknemer betekent dus niet een uur meer werk voor een andere. Nee, de werknemer zal hetzelfde werk moeten leveren in minder tijd, of zal gewoon bepaalde zaken niet meer doen.

Stel dat het werk wél te herverdelen is (wat het geval is bij veel manueel werk), dan nog zijn er problemen. Zo zijn werknemers en werkzoekenden niet gelijk. Het kan dus best zijn dat er voor de vrijgekomen uren geen (geschikte) kandidaten gevonden worden en er dus ook geen effect is op de werkgelegenheid.

Werk is dus niet zomaar te verdelen. 7 werknemers die 8 uur per dag werken zijn (helaas) niet gelijk aan 8 werknemers die 7 uur per dag werken.

7×8 is niet hetzelfde als 8×7, en dat is geen probleem

Dat werk niet perfect te herverdelen valt, betekent niet dat werk helemaal niet te herverdelen valt. Zoals gezegd, voor bepaalde jobs (denk aan bandwerk, werk in de horeca etc.) is het werk wel redelijk op te delen. Een vermindering van de werkweek, ingevoerd met geschikte flankerende maatregelen, kan daar wel leiden tot een herverdeling van het werk. En het is aan die jobs (laag tot midden geschoold) dat we net een gebrek hebben.

Enkele studies stellen ons hoopvol. Ten eerste is er de studie van de Internationale Arbeidsorganisatie die de maatregelen rond korter werken tijdens de crisis onderzocht. Zij concludeerden dat minder werken wel degelijk heeft bijgedragen tot het behoud van vele jobs in Europa.

Maar kan minder werken ook zorgen voor werkherverdeling? Daarvoor moeten we kijken naar het experiment met de arbeidsduurvermindering in Frankrijk. In 1998 beslisten ze daar om de 35-urenweek in te voeren. En het bleef niet bij een wet, in de praktijk zagen velen hun arbeidstijd effectief dalen met ongeveer twee uur per week.

Na een dikke 15 jaar en vele studies later werd recent een evaluatie gemaakt en het resultaat is duidelijk: de kortere werkweek zorgde voor ongeveer 300.000 extra jobs. Per procentpunt bbp-groei werden er nooit zoveel jobs gecreëerd in Frankrijk als in de nasleep van de arbeidsduurvermindering. Een succes. Maar let op, we spreken hier over het Frankrijk tussen 1997 en 2001. De arbeidsduurvermindering is sindsdien door de verschillende regeringen uitgehold (waardoor de gemiddelde arbeidsduur opnieuw gestegen is).

Flankerend beleid

Het experiment werd positief geëvalueerd, maar toch is er nood aan nuance. De arbeidsduurvermindering was nergens een solo-maatregel. Het werd gekoppeld aan een nadruk op sociaal overleg, bijdragekortingen voor participerende bedrijven, de mogelijkheid om (mits een akkoord met de vakbonden) de arbeidstijd flexibeler in te zetten en een loonbevriezing van meer dan een jaar. Resultaat: de arbeidskost steeg niet, ondanks het feit dat de kortere werkweek er kwam met loonbehoud.

We concluderen dat minder werken alleen geen garantie is op een absolute omzetting van die uren in nieuwe werkgelegenheid. Maar dat niet alle werk herverdeeld wordt, betekent niet dat er geen enkel herverdelend effect is van een arbeidsduurvermindering. Enkele recente studies wijzen erop dat er wel degelijk werkgelegenheid bij kan komen, mits de kortere werkweek geflankeerd wordt door faciliterend beleid.

Laten we de kortere werkweek dus niet bij het groot huisvuil zetten, zeker omdat de kortere werkweek niet enkel gericht is op werkgelegenheid, maar vooral op het verbeteren van de gendergelijkheid en de balans tussen arbeid en privé.

Dit stuk werd eerder gepubliceerd als opinie op DeMorgen.be (15/01/2015)